ECLI:NL:CRVB:2016:4495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter bij verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige handelingen minister van Defensie
Appellant, voormalig ambtenaar bij Defensie, ontving wachtgeld en een lijfrente uit een koopsompolis die hij met een ontslagvergoeding had gefinancierd. Na beëindiging van de polis verrekende de minister de lijfrente onterecht met het wachtgeld, wat leidde tot een terugvordering. Appellant stelde dat een e-mailbericht en telefonisch contact met een medewerker van WWplus onrechtmatige handelingen waren die schade veroorzaakten en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank Limburg verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek omdat het e-mailbericht geen besluit of onrechtmatige handeling in de zin van de Awb was. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dat het e-mailbericht geen besluit is, maar oordeelt dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was om het verzoek te behandelen omdat appellant een onrechtmatige handeling ter voorbereiding van het besluit heeft aangewezen.
Desondanks wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing van het telefoongesprek en de schade. De Raad veroordeelt de minister wel in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar rechtbank was wel bevoegd; minister wordt veroordeeld in proceskosten.