ECLI:NL:CRVB:2016:451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering bijstand
Appellant ontving bijstand vanaf 1997 en kreeg later terugvorderingsbesluiten opgelegd wegens het niet melden van studiefinanciering in de periode 1997-2000. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze besluiten niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de besluiten pas in 2013 ontving, en het college onvoldoende bewijs leverde van tijdige verzending. De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de besluiten per post naar het juiste adres waren verzonden, mede omdat geen verzendregister of andere bewijsstukken waren overgelegd.
De Raad verwierp het standpunt van het college dat uit een gesprek in 2003 ontvangst kon worden afgeleid. Hierdoor was de termijn voor bezwaar niet gestart en was het bezwaar tijdig ingediend. De eerdere uitspraak en het bestreden besluit konden daarom niet in stand blijven.
De Raad draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin het college ingaat op de inhoudelijke gronden van het bezwaar, waaronder het beroep op verjaring. Dit om een spoedige en definitieve geschilbeslechting te waarborgen.
Uitkomst: Besluit tot niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd; college moet nieuw besluit nemen.