ECLI:NL:CRVB:2016:453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende lasopleiding als niet noodzakelijke voorziening voor arbeidsinschakeling
Appellant, een bijstandsgerechtigde, had eerder twee lasopleidingen succesvol afgerond en enige praktijkervaring opgedaan. Na het vroegtijdig beëindigen van een werktraject en het niet van de grond komen van een werkgeversteam, vroeg appellant toestemming voor een aanvullende lasopleiding.
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees dit verzoek af omdat de opleiding niet noodzakelijk werd geacht voor het verkrijgen van werk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de aanvullende opleiding noodzakelijk was om werk te vinden, aangezien eerdere werkzaamheden via uitzendbureaus niet tot duurzame zelfvoorziening leidden.
De Raad overwoog dat het college redelijkerwijs mocht oordelen dat de aanvullende opleiding niet noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling, mede omdat appellant al twee lasopleidingen had gevolgd en het gebrek aan werkervaring niet tot het gewenste resultaat had geleid. Bovendien werd van bijstandsgerechtigden verlangd passende en algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten, wat appellant ook deed via uitzendwerk in andere functies.
De Raad concludeerde dat de aanvullende opleiding niet de kortste weg naar passend werk is en bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om toestemming voor een aanvullende lasopleiding wordt afgewezen omdat deze niet noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling.