ECLI:NL:CRVB:2016:454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermogen in woning
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder sinds september 2012. Na een melding over de aankoop van een woning in december 2012 startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Dit leidde tot het besluit de bijstand over de periode 27 december 2012 tot en met 30 december 2013 in te trekken en terug te vorderen, omdat appellante vermogen bezat boven de vermogensgrens, namelijk een woning zonder hypotheek in die periode.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door de aankoop niet te melden en dat de lening van € 200.000,- van haar ouders geen concrete terugbetalingsverplichting bevatte. Appellante had geen afspraken gemaakt over rente of aflossing in de te beoordelen periode.
In hoger beroep voerde appellante geen nieuwe gronden aan en herhaalde zij haar eerdere standpunten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. De bijstand werd terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens het bezit van vermogen boven de toegestane grens.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens vermogen boven de vermogensgrens.