ECLI:NL:CRVB:2016:4643
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens onvoldoende bewijs oorlogscalamiteiten
Appellante, geboren in 1948 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg een uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) aan. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat onvoldoende bevestiging bestond dat appellante de vereiste oorlogsomstandigheden had meegemaakt.
De Raad beoordeelde dat hoewel een overval op het ouderlijk huis aannemelijk was, er geen objectieve gegevens waren die bevestigden dat deze overval vóór 1 februari 1954 plaatsvond of dat appellante hierbij aanwezig was. Pesterijen door Indonesische kinderen werden niet als oorlogscalamiteiten aangemerkt. Verweerder had voldoende onderzoek verricht in beschikbare archieven en dossiers.
De Raad concludeerde dat de gegevens onvoldoende houvast boden om te concluderen dat appellante oorlogscalamiteiten in de zin van de AOR had meegemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogscalamiteiten in de zin van de AOR.