ECLI:NL:CRVB:2016:477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Betrokkene diende een verweerschrift in. Vervolgens trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld tot betaling van proceskosten. De Raad beoordeelde het verweerschrift van betrokkene en bepaalde het gewicht op 'licht' (factor 0,5). Op basis hiervan werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de redelijke proceskosten van betrokkene, begroot op € 248,-.
De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2016.
Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld tot betaling van € 248,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.