Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:477

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 februari 2016
Publicatiedatum
11 februari 2016
Zaaknummer
15-1763 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan en proceskostenveroordeling

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Betrokkene diende een verweerschrift in. Vervolgens trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.

Op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld tot betaling van proceskosten. De Raad beoordeelde het verweerschrift van betrokkene en bepaalde het gewicht op 'licht' (factor 0,5). Op basis hiervan werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de redelijke proceskosten van betrokkene, begroot op € 248,-.

De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2016.

Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld tot betaling van € 248,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 februari 2016
15/1763 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2015, 13/1282 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. I. Rhodes, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 19 augustus 2015 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Rhodes, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Nu daarin uitsluitend is verwezen naar de gronden van bezwaar en beroep en de uitspraak van de voorzieningenrechter, ligt het in de rede om het gewicht in deze zaak te bepalen op ‘licht’, dus factor 0,5.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 248,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 248,-.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van
P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
11 februari 2016.
(getekend B.J. van de Griend
(getekend) P.A.M. Hulsdouw

HD