ECLI:NL:CRVB:2016:4791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand uitvaartkosten wegens ontbreken familierechtelijke betrekking
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten van H., die haar niet als dochter had erkend. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijk voor appellante werden beschouwd. Een tweede aanvraag werd eveneens afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellante geen familierechtelijke relatie had met H. en dus geen erfgenaam was volgens het Burgerlijk Wetboek. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro (family life) werd ook verworpen omdat biologische verwantschap niet automatisch familierechtelijke betrekkingen of erfgenaamschap impliceert.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen nieuwe gronden die de eerdere gemotiveerde afwijzing konden weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.