ECLI:NL:CRVB:2016:4800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende financiële verklaring
Appellant ontving bijstand sinds april 2011 en kreeg deze ingetrokken en teruggevorderd over twee periodes vanwege niet verklaarde kasstortingen en onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd op grond van vermoedelijke onrechtmatigheden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verstrekte verklaringen en stukken onvoldoende waren om de herkomst van de stortingen te onderbouwen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel voldoende gegevens had overgelegd om het recht op bijstand vast te stellen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. Daarom werd het hoger beroep verworpen, het vonnis van de rechtbank bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.