Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een Ziektewet-uitkering vanaf 12 juni 2013, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid. Na een eerste afwijzing verklaarde het UWV het bezwaar gegrond voor de periode 12 juni tot 23 augustus 2013, maar stelde dat appellante geen ZW-uitkering kon ontvangen omdat de arbeidsongeschiktheid korter dan dertien weken was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante vanaf 23 augustus 2013 geschikt was voor de maatgevende arbeid. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de verzekeringsarts had bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een uitgebreid onderzoek had verricht, inclusief dossierstudie en beoordeling van medische gegevens van huisarts en fysiotherapeut. De Raad oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de geschiktheid van appellante voor de maatgevende arbeid vanaf 23 augustus 2013. Omdat de periode van arbeidsongeschiktheid korter was dan dertien weken, was er geen recht op Ziektewet-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.