ECLI:NL:CRVB:2016:499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende belastbaarheid voor maatgevende arbeid
Appellante, werkzaam als [functie] voor zestien uur per week, meldde zich ziek met knie-, enkel-, buik- en psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 15 augustus 2013 op basis van een verzekeringsartsrapport waarin werd vastgesteld dat zij voldoende belastbaar was om haar maatgevende arbeid te hervatten.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de ingebrachte stukken geen nieuwe medische informatie bevatten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met medicatiebijwerkingen, wisselwerking van aandoeningen en de psychische belasting van haar werk. Het UWV verwees naar een aanvullend verzekeringsgeneeskundig rapport ter bevestiging van de eerdere beoordeling.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief dossierstudie, hoorzitting en informatie van de behandelend sector. De psychische klachten werden als niet ernstig beoordeeld en de lichamelijke klachten vormden geen belemmering voor het lichte fysieke werk van appellante.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.