Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 123,-vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een monteur die zich ziek meldde wegens psychische klachten, kreeg van het UWV een arbeidsongeschiktheidspercentage van 56,26% toegekend, later bij bezwaar gewijzigd naar 56,49%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren vastgelegd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht het laat ingediende verweerschrift van het UWV had geaccepteerd zonder hem de gelegenheid te geven hierop te reageren, wat in strijd was met de goede procesorde. Ook betwistte hij de juistheid van het medisch onderzoek en de geschiktheid voor de geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat het UWV het verweerschrift te laat had ingediend en dat de rechtbank had moeten schorsen of het onderzoek heropenen om appellant te laten reageren, maar dat dit geen reden was voor vernietiging of terugwijzing omdat appellant in hoger beroep alsnog gelegenheid had gehad te reageren.
De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De stellingen van appellant over ongeschiktheid en reisbeperkingen werden niet onderbouwd met medische stukken en konden daarom niet worden gevolgd. Het hoger beroep werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd, met een proceskostenvergoeding aan appellant.