ECLI:NL:CRVB:2016:5107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Appellant diende op 12 mei 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. De gemeente Amsterdam weigerde de aanvraag op 10 juli 2014 omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie in de periode voorafgaand aan de aanvraag. Na bezwaar en een hoorzitting werd dit besluit op 10 maart 2015 bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde dat hij leefde van leningen en huuropbrengsten, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. Ook gaf hij wisselende verklaringen over verhuur van zijn woning.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de bewijslast voor bijstand rust op appellant. Zijn verklaringen waren inconsistent en onvoldoende concreet, ondanks herhaalde kansen om nadere gegevens te verstrekken. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.