ECLI:NL:CRVB:2016:5124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-vervolguitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als fulltime servicemonteur, viel uit wegens nekklachten en uitvalsverschijnselen na een bedrijfsongeval. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. Later stelde het UWV vast dat appellant vanaf 4 september 2014 geen recht meer had op een WGA-vervolguitkering, omdat hij met inachtneming van zijn beperkingen in staat werd geacht passende functies te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd waarom appellant geschikt was voor de geselecteerde functies die een lagere arbeidsongeschiktheid opleverden.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen onvoldoende waren weergegeven en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de FML juist was vastgesteld en de arbeidskundige grondslag voldoende was onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de WGA-vervolguitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-vervolguitkering per 4 september 2014.