ECLI:NL:CRVB:2016:5133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel bij niet-meewerken re-integratie zonder verwijtbaarheid
Appellant ontving bijstand en was verplicht mee te werken aan arbeidsinschakeling. Na een werkervaringstraject van 16 uur per week weigerde appellant het traject te verlengen, omdat de urenuitbreiding niet duidelijk was en hij lichamelijke beperkingen had. Het college legde een maatregel op van 30% verlaging bijstand wegens niet-meewerken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat de exacte arbeidsomvang van het vervolgtraject niet is vastgesteld en dat appellant vanwege zijn beperkingen maximaal 24 uur per week kan werken. Hierdoor ontbreekt verwijtbaarheid voor het niet starten op 16 december 2014.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelt het college in de kosten van appellant. De maatregel is ten onrechte opgelegd omdat geen passende voorziening was geboden.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand wegens niet-meewerken aan re-integratie wordt vernietigd wegens gebrek aan verwijtbaarheid.