Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:5144

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2016
Publicatiedatum
11 januari 2017
Zaaknummer
15/2593 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek herziening bijstandintrekking wegens termijnoverschrijding

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waarin haar verzoek om herziening van een eerdere uitspraak werd afgewezen. De oorspronkelijke bijstandsuitkering werd ingetrokken per 12 november 2013 en het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

In de aangevallen uitspraak wees de rechtbank het verzoek om herziening af op grond van artikel 8:119 Awb Pro, omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellante in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe gronden heeft aangevoerd, maar slechts haar eerdere standpunten herhaalt.

De Raad onderschrijft daarom de motivering van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het verzoek om herziening. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 27 december 2016.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om herziening wordt bevestigd.

Uitspraak

15/2593 WWB
Datum uitspraak: 27 december 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 27 november 2014, 14/2877 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante], woonplaats onbekend (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Emmen (college)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2016. Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Bethlehem.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 13 december 2013 heeft het college de bijstand van appellante met ingang van 12 november 2013 ingetrokken. Bij besluit van 20 januari 2014 heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 13 december 2013 ongegrond verklaard.
1.2.
Bij uitspraak van 7 juli 2014 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van
20 januari 2014 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep niet tijdig is ingesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzoek om herziening van de uitspraak van 7 juli 2014 met toepassing van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat appellante geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb heeft aangevoerd. De rechtbank heeft erop gewezen dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is bedoeld om - anders dan op grond van enig nieuwe feit of enige nieuwe omstandigheid - een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk andere beroepsgronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellante heeft zich in wezen beperkt tot het herhalen van de in beroep aangevoerde gronden die er op neerkomen dat zij tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van
20 januari 2014.
4.2.
De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot herziening van de uitspraak van de rechtbank van 7 juli 2014. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en volstaat met de verwijzing daarnaar. De rechtbank heeft het verzoek om herziening op goede gronden afgewezen.
4.3.
Ut 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2016.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) A. Mansourova

HD