ECLI:NL:CRVB:2016:59
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag WWB wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 21 februari 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college vroeg aanvullende gegevens op, waaronder bankafschriften en een boekhouding over 2012 en 2013, met een uiterste inleverdatum van 10 april 2014, later verlengd tot 1 mei 2014.
Appellant vroeg meerdere malen uitstel en gaf aan dat hij vanwege zijn financiële situatie niet tijdig alle gevraagde stukken kon overleggen. Desondanks heeft hij niet binnen de gestelde termijn de gevraagde stukken aangeleverd. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld omdat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan en het uitstelverzoek op de laatste dag van de hersteltermijn terecht is afgewezen. Ook het later alsnog aanleveren van de gegevens kan het besluit niet beïnvloeden.
De Raad concludeert dat het college bevoegd en redelijk heeft gehandeld en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens en het hoger beroep is ongegrond verklaard.