ECLI:NL:CRVB:2016:590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken bewijsstukken na postontvangstproblemen door woningrenovatie
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB. In januari 2014 keerde een uitkeringsspecificatie retour, waarna het college een onderzoek startte en het recht op bijstand opschortte. Appellant kreeg meerdere malen de gelegenheid bewijsstukken te overleggen, maar deed dit niet binnen de gestelde termijnen.
Appellant stelde dat hij door een renovatie van zijn woning sinds november 2012 zijn post niet kon ontvangen omdat de verhuurder de post achterhield en de sloten verving. Hij verbleef tijdelijk bij een vriend en hield zijn klantmanager op de hoogte. De rechtbank oordeelde dat appellant verwijtbaar handelde door niet tijdig het college te informeren en geen passend alternatief postadres op te geven.
De Raad concludeerde dat het college terecht het recht op bijstand opschortte en na het uitblijven van de gevraagde informatie de bijstand introk met ingang van 1 februari 2014. De intrekking was in overeenstemming met artikel 54 WWB Pro en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 februari 2014 wordt bevestigd wegens het niet tijdig verstrekken van bewijsstukken ondanks postontvangstproblemen.