ECLI:NL:CRVB:2016:602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift te laat ingediend wegens psychische problematiek niet verschoonbaar
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag op 15 april 2014 de bijstand over de periode 1 augustus 2013 tot en met 31 december 2013 en reviseerde deze wegens onjuiste of onvoldoende informatie over de woonsituatie. Het college vorderde € 6.201,46 terug. Appellant diende zijn bezwaar pas op 19 juli 2014 in, na afloop van de wettelijke bezwaartermijn.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en oordeelde dat de door appellant aangevoerde psychische klachten geen reden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn ernstige posttraumatische stressstoornis hem verhinderde tijdig bezwaar te maken en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de ernst van zijn klachten.
De Raad oordeelde dat hoewel appellant psychische problemen had, de medische stukken geen aanwijzing gaven dat hij gedurende de gehele bezwaartermijn niet in staat was om tijdig bezwaar te maken of hulp in te roepen. Bovendien had appellant tijdens de termijn wel met hulp een toeslag aangevraagd, wat wijst op handelingsbekwaamheid. De Raad bevestigde daarom het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.