ECLI:NL:CRVB:2016:651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wsw-indicatie wegens voldoende mogelijkheden in reguliere arbeidsomgeving
Appellante heeft op 1 augustus 2012 een aanvraag ingediend voor een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag op 13 november 2012 af, omdat appellante niet tot de doelgroep van de Wsw behoort. Het oordeel was dat zij, ondanks haar beperkingen, ten minste twintig uur per week lichte, zittende werkzaamheden kan verrichten met noodzakelijke aanpassingen die binnen een reguliere werkomgeving mogelijk zijn.
Na bezwaar en beroep handhaafde het Uwv dit standpunt bij besluit van 9 april 2013. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat haar gezondheidsklachten ernstiger zijn dan aangenomen, waardoor zij hooguit één tot twee uur per dag kan werken en niet buiten Wsw-verband inzetbaar is. Ter onderbouwing overlegde zij een deel van een huisartsenjournaal over 2014.
De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige onderzoeken als zorgvuldig en vond geen aanleiding om het oordeel van het Uwv te wijzigen. Het huisartsenjournaal bracht geen nieuwe inzichten die de vastgestelde beperkingen in twijfel trokken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de Wsw-indicatie wordt bevestigd omdat appellante binnen redelijke grenzen kan werken in een reguliere arbeidsomgeving.