ECLI:NL:CRVB:2016:656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bevordering naar senior functie binnen Gebiedsgebonden Politie
Appellante, sinds 2003 werkzaam bij de politie, verzocht om bevordering naar de functie van senior GGP (schaal 8) op grond van het loopbaanbeleid binnen de politie. Na beoordeling over de periode 2010-2012 werd haar functioneren als 'goed' beoordeeld, maar zij ontving geen positief advies over haar verwachte geschiktheid voor de seniorfunctie. Dit leidde tot afwijzing van haar bevorderingsverzoek in 2014, welke beslissing ook na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat haar geschiktheid voor de functie van wijkagent niet gelijkgesteld kon worden aan die voor senior GGP. Ook waren haar coördinerende en coachende werkzaamheden onvoldoende om de vereiste competenties voor senior GGP aan te tonen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar eerdere beoordelingen en werkzaamheden wel degelijk haar geschiktheid aantoonden en dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad oordeelde dat de korpschef binnen redelijke beleidsgrenzen het begrip 'verwachte geschiktheid' had ingevuld en dat het negatieve advies van het managementteam, gedragen door het gehele team, terecht was. Incidenten en een tijdelijke terugval in functioneren, waaronder niet seniorwaardig gedrag, ondersteunden dit oordeel. Het verschil tussen de functie-eisen van wijkagent en senior GGP werd benadrukt, evenals het belang van groepsgericht coachen. De Raad concludeerde dat de afwijzing van het verzoek om bevordering terecht was en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter N.J. van Vulpen-Grootjans op 25 februari 2016.
Uitkomst: Het verzoek om bevordering naar senior GGP wordt afgewezen vanwege onvoldoende verwachte geschiktheid.