ECLI:NL:CRVB:2016:661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens belastbaarheid
Appellant werkte tot 31 augustus 2012 en meldde zich op 18 januari 2013 ziek wegens nek- en beenklachten. Het UWV besloot op 22 april 2013 dat appellant per 23 april 2013 geen recht meer had op een Ziektewetuitkering, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig rapport. Appellant maakte bezwaar, dat op 7 juni 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij de medische beoordeling en belastbaarheid werden bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat het UWV geen informatie had ingewonnen bij zijn behandelend sector, waardoor de toename van klachten op de datum in geding niet kon worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Uit het medisch dossier en nadere stukken bleek geen toename van klachten op de datum in geding.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij ook nieuwe informatie was betrokken. De vergelijking van de gezondheidssituatie op de datum in geding met latere informatie gaf geen aanleiding tot wijziging van de belastbaarheid. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering per 23 april 2013.