ECLI:NL:CRVB:2016:722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep op dringende redenen
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en had daarnaast inkomsten uit arbeid. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over december 2012 en januari 2013 vanwege hogere inkomsten dan verrekend, en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering gegrond wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college later voldoende inzicht gaf in de berekening. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste en voerde aan dat dringende redenen, zoals een depressie en onduidelijkheid over de bedragen, terugvordering onaanvaardbaar maakten.
De Raad oordeelde dat dringende redenen alleen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die uitzonderlijk zijn en individueel afgewogen moeten worden. Appellante had dit niet concreet onderbouwd met medische stukken of aannemelijk gemaakt dat de onduidelijkheid tot onaanvaardbare gevolgen leidde. Financiële bescherming via de beslagvrije voet blijft van toepassing.
Daarom faalde het beroep en werd de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen dringende redenen bestaan om van terugvordering van bijstand af te zien.