ECLI:NL:CRVB:2016:756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens bereiken 18-jarige leeftijd jongste kind
Appellant, woonachtig in Marokko en ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontving kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag per het derde kwartaal van 2012 omdat het jongste kind van appellant de leeftijd van 18 jaar had bereikt. Appellant diende een nieuwe aanvraag in voor kinderbijslag voor drie kinderen geboren in 2008, 2009 en 2012, welke werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds 1980 kinderbijslag ontving, nu ook een AOW-pensioen ontvangt en voor zijn kinderen zorgt. De Raad oordeelde dat de aanvraag voor het derde en vierde kwartaal 2012 een verzoek om herziening betrof en dat zonder nieuwe feiten de afwijzing terecht was.
Verder werd het overgangsrecht besproken: hoewel appellant voor 1 januari 2000 verzekerd was onder artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring volksverzekeringen 1999, verviel dit artikel per 1 januari 2000 en later ook de overgangsregeling per 1 januari 2006. Op grond van artikel 7c AKW behoudt men recht op kinderbijslag zolang het jongste kind voor wie men vóór 31 december 1999 recht had op kinderbijslag nog geen 18 jaar is. Omdat het jongste kind van appellant op 21 juni 2012 18 werd, verviel het recht vanaf het derde kwartaal 2012 ook voor jongere kinderen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op kinderbijslag wordt beëindigd vanaf het kwartaal waarin het jongste kind 18 jaar werd.