ECLI:NL:CRVB:2016:782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in sociale zekerheidszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in omdat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geheel aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen. Het college maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Met toestemming van partijen vond geen zitting plaats en werd het onderzoek gesloten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren van de indiener op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. Deze bepaling is ook van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.
De Raad stelde vast dat het college geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet was gekomen en veroordeelde het college daarom tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 496,-. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut op 8 maart 2016.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant van € 496,- wegens tegemoetkoming aan de bezwaren.