ECLI:NL:CRVB:2016:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Verzoeker, werkzaam als poedercoater, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd geweigerd.
Verzoeker voerde aan dat zijn beperkingen, mede door fysieke klachten, waren onderschat en dat het advies van zijn psychiater onvoldoende werd meegewogen. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. Het rapport van een andere arts, Donkers, betrof een latere datum en was niet relevant voor de beoordeling.
In hoger beroep stelde verzoeker dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hem niet persoonlijk had onderzocht en geen contact had opgenomen met Donkers. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en dat de geduide functies medisch geschikt zijn binnen de vastgestelde belastbaarheid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.