ECLI:NL:CRVB:2016:803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere toekenning halfwezenuitkering wegens geen bijzonder geval
Appellante verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een halfwezenuitkering voor haar zoon met terugwerkende kracht toe te kennen. De Svb kende de uitkering toe vanaf mei 2012 en wees een eerdere ingangsdatum af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van een bijzonder geval, omdat de te late aanvraag het gevolg zou zijn van onjuiste of onvolledige voorlichting door de Svb. Zij stelde dat de inschrijving van het vaderschap in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) in 2008 de Svb had moeten doen overgaan tot het bevorderen van de aanvraag.
De Raad oordeelde dat de Svb geen rechtsplicht heeft om een ANW-aanvraag te bevorderen en dat de Svb ten tijde van het overlijden van de vader geen afnemersindicatie had voor hem, waardoor het overlijden en de vaderschapsvaststelling niet automatisch aan de Svb werden gemeld. Ook de inschrijving van het vaderschap in de GBA was voor de Svb niet relevant in het kader van kinderbijslag en werd daarom niet gemeld. Hierdoor was geen sprake van onjuiste of onvolledige voorlichting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de halfwezenuitkering met ingang van mei 2012 bevestigd.