ECLI:NL:CRVB:2016:822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- P. Vrolijk
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellant diende in 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf zijn zeventiende. Deze aanvraag werd afgewezen omdat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid rond zijn zeventiende verjaardag. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd. In 2013 vroeg appellant opnieuw een Wajong-uitkering aan met aanvullende medische informatie, maar het UWV wees deze aanvraag af omdat de nieuwe informatie niet wezenlijk afweek van de eerdere beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat geen nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro was gesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onjuist waren beoordeeld en overhandigde nieuwe medische rapporten, waaronder een gewijzigde diagnose van borderline persoonlijkheidsstoornis.
De Raad oordeelde dat deze gewijzigde diagnose onvoldoende onderbouwd was en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven de eerdere beoordeling te herzien. Het UWV had terecht de aanvraag per 22 april 2014 afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard.