ECLI:NL:CRVB:2016:827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als telefoniste/receptioniste, meldde zich ziek wegens diverse lichamelijke klachten en onderging een WIA-beoordeling. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar concludeerde dat zij geschikt was voor haar eigen werk en enkele andere functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Het UWV wees de WIA-uitkering af en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij pas laat een volledig exemplaar van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ontving en dat haar pijnklachten en benodigde werkvoorzieningen onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar bezwaren te uiten, en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist en deugdelijk waren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.