ECLI:NL:CRVB:2016:856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig procesoperator, vroeg een WIA-uitkering aan wegens nekklachten en astma. Het UWV wees de uitkering af omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts vooringenomen was en onvoldoende rekening hield met de medische verklaring van zijn behandelend psychiater, die sprak van volledige arbeidsongeschiktheid door burn-out. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring onvoldoende aanleiding gaf tot bijstelling van het medische oordeel en dat de beperkingen van appellant niet medisch onderbouwd waren.
Ook de geschiktheid van de voorgehouden functies werd bevestigd, evenals de berekening van het maatmanloon zonder ontslagvergoeding en vakantiedagen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.