ECLI:NL:CRVB:2016:874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel en arbeidsgeschiktheid
Appellante was werkzaam als huishoudelijk medewerkster voor 18 uur per week en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Na meerdere medische onderzoeken concludeerden verzekeringsartsen dat zij vanaf 7 augustus 2014 geschikt was voor haar arbeid. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie van herstel kon dragen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar angst- en spanningsklachten niet juist waren meegewogen en dat zij nog steeds beperkt actief was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische situatie juist was beoordeeld, waarbij ook het advies van behandelaars en het actieve dagverhaal in aanmerking waren genomen. De Raad bevestigde dat appellante haar werkzaamheden kon hervatten en dat het hoger beroep daarom niet slaagde.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is per 7 augustus 2014 terecht beëindigd wegens herstel en arbeidsgeschiktheid.