ECLI:NL:CRVB:2016:876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellant, voormalig bakker, viel uit wegens gezondheidsklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na een WIA-beoordeling werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies, waaronder samensteller metaalwaren.
Het UWV beëindigde daarom zijn Ziektewetuitkering per 10 mei 2014. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn medische klachten waren onderschat en dat een nader medisch onderzoek ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de verzekeringsartsen rekening hadden gehouden met alle klachten en dat de functie als samensteller metaalwaren licht belastend is.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het ingebrachte belastbaarheidsonderzoek zag niet op de relevante datum en ontbeerde medische onderbouwing. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd omdat appellant geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies volgens de WIA-normen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht per 10 mei 2014 beëindigd omdat appellant geschikt is geacht voor passende arbeid.