ECLI:NL:CRVB:2016:895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens weigering huisbezoek en woonplaatsdiscussie
Appellant ontving bijstand vanaf 17 juli 2010 en gaf op te wonen aan het uitkeringsadres. Na een melding dat post retour kwam vanwege een volle brievenbus, probeerden medewerkers een onaangekondigd huisbezoek af te leggen, waarop appellant niet reageerde. Het college trok de bijstand in en vorderde deze terug wegens vermoedelijk niet wonen op het uitkeringsadres en weigering medewerking huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college terecht de bijstand vanaf 4 juni 2013 introk vanwege weigering medewerking. Voor de periode van 17 juli 2010 tot 30 augustus 2011 was het lage verbruik van water, gas en elektriciteit een voldoende grond voor het oordeel dat appellant niet op het adres woonde.
Echter, voor de periode van 30 augustus 2011 tot 3 juni 2013 was het waterverbruik gemiddeld en steeg het gas- en elektriciteitsverbruik, wat onvoldoende grond bood om het niet-wonen aan te nemen. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor deze periode en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen over de terugvordering. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 30 augustus 2011 tot 3 juni 2013 en het college moet een nieuwe beslissing nemen.