ECLI:NL:CRVB:2016:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig assistent bedrijfsleider, meldde zich ziek vanwege sinusitis en carpaal tunnelsyndroom (CTS). Het UWV stelde vast dat hij per 13 januari 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Na bezwaar en een arbeids- en verzekeringsgeneeskundig onderzoek bleef het besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen door CTS onvoldoende waren meegenomen, met name zijn pijnklachten en concentratieproblemen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen de klachten adequaat hadden meegewogen en dat de medische rapporten, waaronder die van neuroloog Braakhekke, geen aanleiding gaven tot twijfel aan het oordeel. Ook de arbeidskundige beoordeling van de voorbeeldfuncties was passend.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende objectieve medische gegevens had aangeleverd om zijn stellingen te onderbouwen en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.