Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering. Het UWV heeft appellant verzocht om aanvullende gegevens, waaronder een kopie van een geldig paspoort, medische rapporten en bewijsstukken van het arbeidsverleden, maar appellant heeft deze niet binnen de gestelde termijn aangeleverd.
Het UWV besloot daarop de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel voldoende gegevens had verstrekt en dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De Raad oordeelde echter dat appellant niet alle gevraagde gegevens had aangeleverd en dat het UWV terecht gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag voor een WAO-uitkering wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet verstrekken van noodzakelijke gegevens.