ECLI:NL:CRVB:2017:1023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële informatie
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2013. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde de bijstand omdat appellante onvoldoende informatie verstrekte over kasstortingen en overboekingen op haar bankrekeningen. Ondanks verzoeken om aanvullende bewijsstukken, zoals verklaringen en bankafschriften, leverde appellante deze niet of onvoldoende aan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat zij de stortingen en overboekingen grotendeels met verklaringen had onderbouwd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij appellante ligt en dat zij volledige openheid van zaken moet geven. De enkele verklaringen zonder objectieve, verifieerbare bewijsstukken waren ontoereikend.
Daarom kon het college niet vaststellen of appellante recht had op bijstand. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële informatie.