ECLI:NL:CRVB:2017:1163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage ondanks financiële problemen
Appellante heeft kinderbijslag aangevraagd voor haar kinderen die in een pleeggezin woonden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag toe te kennen vanaf het derde kwartaal van 2013 omdat appellante niet voldeed aan de onderhoudsbijdrage zoals vereist volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en in hoger beroep herhaalde appellante dat zij de verplichte eigen bijdrage aan het Landelijke Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO) niet kon betalen vanwege een inkomen op bijstandsniveau. Zij stelde dat kinderbijslag haar zou helpen aan haar onderhoudsverplichting te voldoen en dat afwijking van de regelgeving gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat het niet kunnen voldoen aan de betalingsverplichting aan het LBIO losstaat van de vraag of aan de onderhoudsbijdrage volgens de AKW wordt voldaan. De vaste, inkomensonafhankelijke onderhoudsbijdrage is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Kinderbijslag is bedoeld als tegemoetkoming in onderhoudskosten, en het niet voldoen aan de onderhoudsbijdrage is een grond voor weigering.
Hoewel de weigering een gebonden besluit is, is er ruimte voor rechterlijke toetsing als strikte toepassing fundamentele rechtsbeginselen zou schenden. De financiële omstandigheden van appellante waren echter niet zwaar genoeg om hiervan af te wijken. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.