ECLI:NL:CRVB:2017:1317
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag verzorgingshulp op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht in augustus 2014 om vergoeding van verzorgingshulp. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 20 oktober 2014 af, omdat de beperkingen in persoonlijke verzorging werden toegeschreven aan niet-oorlogsgerelateerde lichamelijke klachten.
Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek door twee geneeskundig adviseurs, die beiden concludeerden dat er geen medische noodzaak bestaat voor verzorgingshulp vanwege het psychisch oorlogsletsel, handhaafde verweerder het besluit. Het indicatiebesluit van het Centrum indicatiestelling zorg bevestigde dit standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Een verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp werd eveneens afgewezen, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 6 april 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor verzorgingshulp wordt ongegrond verklaard.