ECLI:NL:CRVB:2017:1364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet overleggen bankafschriften
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en werd verzocht bankafschriften van zijn ABN AMRO- en ING-rekeningen over te leggen. Ondanks meerdere verzoeken leverde appellant niet alle gevraagde bankafschriften aan, met name van een ING-spaarrekening. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de bankafschriften niet kon overleggen omdat de spaarrekening geblokkeerd was en dat zijn slechte gezondheid hem verhinderde tijdig te reageren. Ook stelde hij dat het college al beschikte over afschriften van een gekoppelde betaalrekening, zodat de spaarrekening niet relevant was.
De Raad oordeelde dat het college terecht inzage in alle bankafschriften kon verlangen, omdat de betaalrekening geen inzicht geeft in het saldo van de spaarrekening. De door appellant overgelegde brieven van de bank toonden niet aan dat hij niet redelijkerwijs over de afschriften kon beschikken. Zijn gezondheidsklachten waren onvoldoende onderbouwd en hij had geen verlenging van de termijn gevraagd. Het late overleggen van een bankafschrift in hoger beroep was niet relevant.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de aanvraag buiten behandeling te stellen en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke bankafschriften.