Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij de Belastingdienst en werd in 2011 in het kader van een regionale herinrichting vrijwillig verplaatst naar een andere locatie. In 2014 werd het kantoor in zijn oorspronkelijke standplaats gesloten als onderdeel van een landelijke herinrichting. Appellant verzocht om maatwerkvoorzieningen op grond van een memo en handreiking die van toepassing zijn op medewerkers die vanwege de landelijke herinrichting zijn verplaatst.
De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant niet viel onder de doelgroep van het memo, aangezien zijn verplaatsing vrijwillig en in het kader van een regionale herinrichting plaatsvond. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden, omdat een eerder toegekende maatwerkvoorziening aan een collega berustte op een administratieve fout. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om maatwerkvoorziening wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.