ECLI:NL:CRVB:2017:1465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eerste maand huur en waarborgsom wegens onvoldoende bewijs
Appellanten, vader en zoon, ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en huurden woonruimte bij een familielid. Na voortijdige opzegging van deze huurovereenkomst tekenden zij nieuwe huurovereenkomsten voor kamers tegen een hogere huurprijs. Zij vroegen bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur en een waarborgsom.
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvragen af omdat de kosten voor de eerste maand huur tot de dagelijkse kosten behoren en appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij dubbele huur moesten betalen. Ook was niet gebleken dat zij een waarborgsom verschuldigd waren. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond wegens gebrek aan objectief bewijs.
In hoger beroep stelden appellanten dat zij wel degelijk dubbele huur hadden en een waarborgsom moesten betalen, ondersteund door verklaringen van de verhuurder. De Raad oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende waren omdat ze pas na de besluitvorming waren opgesteld, geen datum van betaling bevatten en niet ondersteund werden door objectieve stukken.
Verder konden appellanten niet aantonen dat zij de huur voor de eerste maand niet uit eigen inkomen konden betalen. De Raad concludeerde dat de bestreden besluiten terecht waren genomen en bevestigde de eerdere uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de eerste maand huur en waarborgsom wegens onvoldoende bewijs.