Uitspraak
A.H.G. Boelen. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken gesplitst.
OVERWEGINGEN
30 november 2015.
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg een WIA-uitkering die het Uwv per 1 februari 2015 stopzette vanwege haar ambtelijke uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Sittard-Geleen, zonder dat een nieuw woonadres was doorgegeven.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Tijdens het beroep hervatte het Uwv de betaling van de uitkering met terugwerkende kracht na een nadere beslissing, omdat appellante bezwaar had gemaakt bij de gemeente tegen haar uitschrijving uit de BRP.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen belang meer had bij beoordeling van het nadere besluit dat aan haar beroep tegemoet kwam. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat het Uwv terecht de stopzetting handhaafde op grond van artikel 69a Wet WIA, omdat de gewijzigde situatie pas na het bestreden besluit ontstond.
Het hoger beroep slaagde niet, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de stopzetting van de WIA-uitkering bevestigd.