ECLI:NL:CRVB:2017:1515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanvraag herbeoordeling draagkracht partneralimentatie onder WWB
Appellant was tot maart 2010 gehuwd en is partneralimentatie verschuldigd aan zijn ex-partner die bijstand ontvangt onder de WWB. Appellant verzocht in augustus 2014 om een herbeoordeling van zijn draagkracht wegens een pensioenuitkering. Het college reageerde met een brief waarin werd meegedeeld dat geen verhaal op appellant wordt toegepast en dat de partneralimentatie als middelen wordt gekort op de bijstand van de ex-partner. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk omdat het faxbericht van appellant geen aanvraag zou zijn en de brief van het college geen besluit. In hoger beroep stelt appellant dat het faxbericht wel degelijk een aanvraag was en dat het college ten onrechte geen besluit heeft genomen.
De Raad oordeelt dat het faxbericht een aanvraag is en dat het college met de brief heeft gereageerd, maar dat deze brief geen besluit is. Het college heeft echter wel een voor beroep vatbaar besluit genomen door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor is er geen sprake van een niet genomen besluit en had de rechtbank zich onbevoegd moeten verklaren. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart zich onbevoegd. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.