ECLI:NL:CRVB:2017:1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet wonen binnen de gemeente
Appellant diende op 16 april 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), met als woonadres een opgegeven adres binnen een gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem voerde een huisbezoek uit op 26 mei 2014 om de woonsituatie te verifiëren. Tijdens dit bezoek bleek de woning ongemeubileerd en niet gestoffeerd, zonder koelkast en met klusspullen verspreid, terwijl appellant verklaarde dat hij bij zijn moeder en broer verbleef.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres, waarmee hij niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, waarbij werd benadrukt dat de vraag naar het woonadres aan de hand van concrete feiten moet worden beantwoord en dat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft.
De Raad oordeelde dat het college voldoende onderzoek had verricht en dat er geen aanleiding was tot nader onderzoek naar het adres van de broer, omdat appellant dit niet had opgegeven. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.