ECLI:NL:CRVB:2017:1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellante diende op 23 september 2014 een aanvraag om bijstand in en gaf als woonadres een specifiek adres op. Zij overhandigde een verklaring van een huisgenote die stelde dat zij sinds 29 september 2014 op dat adres verbleef. Na een huisbezoek op 16 oktober 2014, waarbij de handhavingsmedewerkers spraken met de huisgenote die verklaarde dat appellante slechts een week had gelogeerd en inmiddels was verhuisd, werd de aanvraag afgewezen.
Appellante voerde aan dat zij wel op het opgegeven adres verbleef en dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat niet met haar vriendin was gesproken. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, omdat de huisgenote op het adres woonde en een verklaring kon geven. Appellante weigerde tijdens het gesprek met de DWI haar verblijfplaats te verklaren en bevestigde later dat zij het opgegeven adres had verlaten.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende informatie had verstrekt over haar woon- en leefsituatie, waardoor het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het woonadres.