ECLI:NL:CRVB:2017:1617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-vervolguitkering en medische geschiktheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als jeugdreclasseringsmedewerker, meldde zich in juni 2012 ziek vanwege lichamelijke klachten en vermoeidheid. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend. Na bezwaar en aanvullend onderzoek wijzigde het UWV dit besluit en kende een WGA-vervolguitkering toe op basis van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid.
Appellante betwistte dat haar psychische klachten voldoende waren meegenomen in de beoordeling en verzocht om een psychiatrische expertise. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de voorbeeldfuncties medisch geschikt.
In hoger beroep voerde appellante aan onvoldoende gelegenheid te hebben gehad om te reageren op het gewijzigde besluit en dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had en dat de medische beoordeling juist was, mede omdat de psychische klachten niet konden worden geëxtrapoleerd naar de beoordelingsdatum en er geen aanwijzingen waren voor aanvullende beperkingen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een deskundige of voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.