ECLI:NL:CRVB:2017:1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische beperkingen, waaronder PTSS en depressie, waren onderschat en bracht medische rapporten in. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank de gronden afdoende had besproken en dat er geen aanwijzingen waren dat de belastbaarheid was overschat. De medische gegevens toonden een lichte emotionele kwetsbaarheid zonder ernstige onderliggende psychopathologie.
De Raad concludeerde dat de beperkingen passend waren vastgesteld en dat de belasting in de geselecteerde functies niet leidde tot overschrijding van de belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.