ECLI:NL:CRVB:2017:1690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid in WIA- en ZW-uitkeringen
Appellante, werkzaam als thuishulp, meldde zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Na medisch onderzoek werd vastgesteld dat zij beperkingen heeft door psychische en lichamelijke klachten, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan concludeerde een arbeidsdeskundige dat zij geschikt was voor enkele andere functies, waardoor haar WIA-uitkering werd geweigerd.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten en stelde dat zij meer beperkingen had en de voorgestelde functies niet geschikt waren. Zij overlegde medische informatie van een reumatoloog en chiropractor. Het UWV en verzekeringsartsen bezwaar en beroep reageerden met meerdere rapporten, waarin de beperkingen en geschiktheid werden bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken, waarbij de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreef. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, de FML juist vastgesteld en de functies passend.
Daarnaast werd een ZW-uitkering beëindigd na een nieuw medisch onderzoek, waarbij eveneens werd bevestigd dat de beperkingen niet waren toegenomen en appellante geschikt was voor de functie van magazijnbediende. De Raad bevestigde ook dit besluit en zag geen reden voor het inschakelen van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het hoger beroep af, waarmee de besluiten van het UWV stand hielden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is en dat de WIA- en ZW-uitkeringen terecht zijn beëindigd.