ECLI:NL:CRVB:2017:182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht over woonadres
Appellant ontving sinds februari 2014 bijstand en stond ingeschreven op een opgegeven adres. Na klachten over het niet ontvangen van brieven heeft de gemeente een onderzoek ingesteld, waarbij bleek dat de hoofdbewoner van het opgegeven adres verklaarde de enige bewoner te zijn sinds juli 2014.
Het college trok de bijstand met ingang van 30 juli 2014 in en vorderde de kosten terug over de periode tot eind september 2014. Appellant overhandigde kwitanties en een huurcontract met ingang van 1 november 2014, maar kon geen duidelijkheid verschaffen over zijn feitelijke woon- en leefsituatie tussen 30 juli en 15 oktober 2014.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door de verhuizing niet te melden en onvoldoende bewijs te leveren, waardoor het recht op bijstand over die periode niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.