ECLI:NL:CRVB:2017:1860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding werkzaamheden en verzwegen bankrekeningen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in wegens het niet melden van werkzaamheden in de seksbranche en het verzwegen van bankrekeningen in België. De rechtbank vernietigde de intrekking voor de periode vóór 11 oktober 2010, maar bevestigde deze daarna.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het enkele plaatsen van advertenties vóór de periode in geding onvoldoende bewijs is voor daadwerkelijke werkzaamheden in die periode. Wel stond vast dat vanaf 14 november 2013 werkzaamheden werden verricht. Het verzwegen van Belgische bankrekeningen werd als schending van de inlichtingenplicht beoordeeld, ongeacht opzet.
Het verzoek van appellanten om aanhouding van de zaak om ontbrekende bankafschriften te overleggen werd afgewezen omdat zij reeds voldoende gelegenheid hadden gehad om stukken te overleggen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van werkzaamheden en verzwegen bankrekeningen wordt bevestigd.