ECLI:NL:CRVB:2017:1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens schending medewerkingsverplichting
Appellant en zijn echtgenote vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en later de Participatiewet (PW). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af wegens het niet verschijnen bij een werkintake en het niet naleven van de medewerkingsverplichting. Appellant verscheen wel op een tweede afspraak, maar alleen, waarna hij door de politie werd verwijderd. Ook liep hij boos weg bij een ordegesprek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant door zijn gedrag niet voldeed aan de medewerkingsverplichting en daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat hoewel appellant de medewerkingsverplichting heeft geschonden, dit niet betekent dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het college kon niet concreet maken waarom het recht niet kon worden vastgesteld, temeer daar eerder en later bijstand was toegekend.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het college moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.